Het oudste nationaal park van de Antillen
Washington Slagbaai Park in het noordwestelijke puntje van Bonaire werd in 1969 officieel ingesteld als nationaal park, en is daarmee het oudste nationaal park van de gehele Antillen. Het park omvat 13.500 hectare land en is vernoemd naar twee voormalige plantages: Washington in het noorden en Slagbaai in het zuiden, die in het midden van de twintigste eeuw werden samengevoegd en uiteindelijk als parkgebied beschermd.
Het terrein telt meer dan 190 vogelsoorten, waarvan verscheidene het park als broed- of foerageerplaats gebruiken. Flamingo's zijn hier te zien bij de saltpans en meren in het parkgebied, maar het park herbergt ook papegaaien, kolibries en de Antilliaanse gier. Naast fauna bevat het park een indrukwekkende collectie cactussen, waaronder de Kadushi die tot tien meter hoog groeit, en droogbos dat aan het einde van het regenseizoen kortstondig uitloopt in groen.
Het park is niet alleen ecologisch maar ook historisch van belang. Op het terrein zijn resten van de voormalige plantage-infrastructuur bewaard gebleven, waaronder opslaggebouwen en waterputten die dateren uit de periode dat de grond als landbouwgebied werd gebruikt.
De twee routes door het park
Het park kent twee vaste autoroutes: de lange route van circa 35 kilometer en de korte route van circa 24 kilometer. Beide routes zijn onverhard en vereisen een langzame rijstijl. Een 4x4 is sterk aanbevolen: de wegen zijn hobbelig, sommige passages hebben los grind of diepe kuilen, en bij regen worden gedeelten onbegaanbaar voor laagbouw voertuigen. Met een gewone huurauto kom je op droge dagen een eind, maar je loopt het risico muurvast te zitten in zandige beddingen.
De lange route passeert Boka Slagbaai, een baai met helder water en een zandig strand dat populair is bij snorkelaars. Het rif voor de kust van Boka Slagbaai begint direct bij de waterrand en is ook zonder boot te bereiken. De korte route langs Goto Meer — een binnenmeer met brak water — is de standaardplek om flamingo's te zien. Goto Meer trekt de vogels het hele jaar door, al wisselt het aantal per seizoen.
Rij langzaam en let op het wegdek. Er zijn geen noodvoorzieningen in het park, en mobiele dekking is beperkt. Het is verstandig je telefoon volledig opgeladen mee te nemen en het park niet te betreden met een auto waarvan je de staat van dienst niet vertrouwt.
Entree, openingstijden en regels
In 2026 bedraagt de entreeprijs 45 USD per persoon. Dat is een hogere prijs dan veel andere parkgebieden in de regio, maar het bedrag wordt gebruikt voor parkunderhoud en wildbeheer. Het bezoekerscentrum en de toegangspoort zijn open van 8.00 tot 17.00 uur; je dient het park voor sluitingstijd te verlaten. Het is sterk aanbevolen vroeg aan te komen — in de middag is het heter en zijn de dieren minder actief.
Binnen het park gelden strikte regels: niet van de wegen afwijken, geen dieren voeren, geen planten plukken en geen zwerfafval achterlaten. Kamperen is niet toegestaan. Er zijn een paar picknickplekken bij de baaitjes langs de route. Neem ruim water mee — reken op minimaal twee liter per persoon — en bescherming tegen de zon, want schaduw is schaars buiten het bos langs de korte route.
De toegangspoort bevindt zich aan de weg die van Rincon naar het noorden loopt. Volg de bordjes naar 'Washington Slagbaai NP'. Tanken vooraf is verstandig: er zijn geen brandstofpunten in het park of in de directe omgeving.
Wat te zien: kustpunten en uitkijkposten
Boka Bartol is een rotsachtige baai waar zeeschildpadden nesten en de ruwe golfslag het oppervlak van de rotsen heeft gepolijst tot gladde plateaus. Playa Funchi is een klein strand met een koraalrif vlak voor de kust, geschikt om te snorkelen als de zee rustig is. Salina Matijs, een zoutmeer in het midden van het park, is een goede plek voor vogelspotten: reigers, strandlopers en pelikanen zijn hier regelmatig te zien.
Bovenop de heuvel Brandaris — met 241 meter het hoogste punt van Bonaire — heb je bij helder weer zicht op zowel de westkust als de oostkust van het eiland tegelijk, plus Klein Bonaire voor de kust. Het pad naar de top van Brandaris begint langs de parkroute en vraagt een wandeling van gemiddeld anderhalf uur retour over rotsachtig terrein. Neem stevige schoenen mee als je de Brandaris wil bestijgen.
De dikhuidstruiken en cactussen langs de route zijn op sommige plaatsen zo dicht dat het uitzicht beperkt is, maar dat maakt juist de openere baaipassages te meer de moeite waard. Rij de lange route en keer terug via de korte route om zoveel mogelijk van het landschapsverschil te zien.
Combineren met de rest van Bonaire
Washington Slagbaai Park ligt op 45 tot 55 minuten rijden ten noorden van Kralendijk. De weg erheen passeert Rincon, het oudste dorp van Bonaire, waar je de moeite waard een stop kunt maken. In Rincon zijn een paar kleine restaurants en een bakkerij waar je lokaal brood koopt. Reken op een korte stop van 20 tot 30 minuten als je ook Rincon wil meenemen.
Veel duikers en snorkelaars maken een aparte dag voor Washington Slagbaai en duiken bij Boka Slagbaai of Playa Funchi, die beide als officiële duiklocaties in het Bonaire Marine Park vallen. De gele stenen op de kustweg die het rif markeren gelden ook hier: ze geven aan dat je je niet apart hoeft te registreren voor de parklocatie zelf, maar de algemene regels van het marine park — geen anker, geen aanraking van koraal — van kracht blijven.
Een combinatie van het park met een flamingo-bezoek aan het Pekelmeer in het zuiden van Bonaire vraagt een vroeg vertrek. Beide liggen aan tegengestelde kanten van het eiland en je hebt een volledige dag nodig om beide recht te doen.